Kattenvoer: Marketing en verkooptrucs

Kattenvoer: Marketing en verkooptrucs

Emotie en marketing zijn vandaag de dag belangrijker dan de kwaliteit als het gaat om kattenvoer. Biologisch, organisch, met zeewier en algen, van gastronomische kwaliteit of met lekkere kaas.

Maar is dat nou werkelijk wat de kat nodig heeft, of zijn het allemaal verkoop technieken omdat wij mensen dat aantrekkelijk vinden?

Katten hebben van nature een zeer specifieke behoefte als het gaat over hun voer. Maar dit komt echter niet altijd overeen met wat de fabrikanten van het diervoer bedoelen met termen als ‘Proactief’ en ‘Puur’ op de verpakkingen van kattenvoer. Deze woorden worden gebruikt om een product beter te verkopen, maar zeggen niets over de inhoud van de verpakking.

Eigenaren van katten zouden zich, net als bij hun eigen voeding, beter moeten verdiepen in de informatie die op het etiket van het voer staat. Dit zegt meer over de inhoud dan de kreten die op de voorkant van de verpakkingen worden gebruikt.

Misleidende termen op de verpakking van kattenvoer

Woorden als ‘natuurvoer’ en ‘vitalcare’ worden door fabrikanten gebruikt om de suggestie van goede voeding te wekken, maar zegt in feite niets over de kwaliteit en inhoud van de verpakking. Er zijn in Nederland en Europa maar weinig regels voor de productie van commercieel diervoer. Zo is er geen regelgeving voor de kwaliteit van de ingrediënten die gebruikt worden om kattenvoer te maken.

Net als producenten van humane levensmiddelen, proberen ook de diervoerfabrikanten mensen ervan te overtuigen dat de inhoud van hun verpakking  beter en gezonder is dan dat van de concurrent. Het blijft echter een feit dat de inhoud van een zak of blik kattenvoer nooit natuurlijk kan zijn. Het voer is zo ontzettend intensief bewerkt dat het de natuur op geen enkele manier meer nabootst.

Maar laat je niets wijsmaken! Lees de etiketten en ontdekt zelf wat een gezonde voeding voor je kat is. Het is in ieder geval niet mogelijk om een natuurlijke voeding uit een blikje of zak te halen.

Toch zijn er inmiddels fabrikanten die kwalitatief betere voeding voor katten produceren. Door gebruik te maken van goede, soms humane ingrediënten zijn ze in staat om een product aan te bieden dat beter aansluit bij de behoefte van de kat. Maar ook dit voer zal meestal niet vrij zijn van smaakstoffen, conserveermiddelen en toegevoegde vetten.

Fabrikanten zijn uiterst slim als het gaat om de woorden die ze op de etiketten gebruiken. Ze hebben immers allemaal als voornaamste doel om zoveel mogelijk te verkopen. Dus termen als dieet, light, vetarm en volkoren, worden gekozen omdat wij mensen daar gevoelig voor zijn. Maar ze hebben geen enkele relatie met gezond kattenvoer. Als eigenaar zien we eigenlijk liever dat het voer veel dierlijke eiwitten, goed vet, veel vocht, geen dierlijke bijproducten en zeker geen granen bevat. Maar dat verkoopt niet.

Het is dus belangrijk dat we bij het kopen van kattenvoer in staat zijn om de juiste keuzes te maken. Let dus niet op de verkooptrucs op de verpakking, maar lees welke ingrediënten het bevat. Ga op zoek naar voer waar vlees in zit. Geen dierlijke bijproducten, maar vlees! We hebben te maken met een strikte carnivoor. Ze hebben geen enkele behoefte aan koolhydraten, dus granen mogen nooit een goedkoop alternatief voor vlees zijn.

Wat is wel goed?

Het vlees moet ook het eerste ingrediënt op de lijst zijn. Dat wil zeggen dat dat het ingrediënt is dat in de grootste hoeveelheid in het voer aanwezig is. Dus als kip, rundvlees of bijvoorbeeld lamsvlees als eerste vermeld worden is dat goed.

Ingrediënten als kippenmeel of vleesmeel zijn over het algemeen bronnen van eiwitten die voldoen aan de eisen die voor diervoeder gelden. Maar laat voer waar dierlijke bijproducten in zitten staan. Met de term dierlijke bijproducten worden bijvoorbeeld hoeven, veren en snavels bedoeld. Dode dierlijke bestanddelen die geen enkele voedingswaarde hebben.

Vermijdt voer met mais, tarwe en soja. Dit zijn goedkope vulstoffen zonder voedingswaarde voor de kat. Zoek in plaats daarvan naar volkoren ingrediënten zoals bruine rijst of aardappels. Dit soort ingrediënten mogen geen vervangers voor vlees zijn, maar zijn vaak nodig om brokken te kunnen produceren.

Het blijft een lastige klus om uit te zoeken welk voer het beste is voor je kat. De etiketten zijn verwarrend en vaak verre van compleet. Maar oefening baart kunst. En gaande weg zal het lezen van de etiketten een tweede natuur worden.

Katten zijn obligate carnivoren

Katten zijn obligate carnivoren

Als er in de natuur één mooi voorbeeld is van een echte vleeseter dan is het wel de kat. Katten zijn ware, strikte, ofwel obligate carnivoren. Na een evolutie van miljoenen jaren is het voedingspatroon van de kat nauwelijks veranderd. Hij heeft nog steeds een grote behoefte aan een eiwitrijke voeding. En hoewel planten ook eiwitten bevatten, is de kwaliteit en hoeveelheid in planten lager dan in dierlijk weefsel.

ivermectine kopen

En in tegenstelling tot de hond, heeft de domesticatie van de wilde Afrikaanse kat tot onze huiskat niet tot lichamelijke aanpassingen van de kat geleid. De kat gedraagt en reageert in grote lijnen nog hetzelfde als zijn wilde voorouders. Maar wat betekent dat voor de voeding van deze kleine rover?

Herbivoren, carnivoren en omnivoren

Kijken we naar voedselvoorkeuren dan onderscheiden we drie verschillende groepen dieren. Herbivoren, carnivoren en omnivoren.

Letterlijk betekent carnivoor “vleeseter” en herbivoor “planteneter”. Dit houdt in dat een carnivoor zijn voedingsstoffen niet kan halen uit plantaardig materiaal. Dit in tegenstelling tot herbivoren die zich voeden met planten, wortels en zaden.

In de praktijk is de grens tussen een herbivoor en een carnivoor iets minder scherp. Terwijl over het algemeen herbivoren, zoals koeien en paarden een dieet hebben waarin geen vlees voorkomt, zijn carnivoren iets minder strikt in hun eetgewoonten en zullen ze ook plantaardig materiaal tot zich nemen. Een mooi voorbeeld hiervan is de bijvoorbeeld de hond.

En behalve de herbivoren en carnivoren is er een groep dieren die we omnivoren noemen, ofwel “alleseters”. Mensen, maar ook beren en varkens kunnen zich, om te overleven, voeden met een dieet dat bestaat uit zowel plantaardig als dierlijk materiaal.

Waaraan herken je een carnivoor?

In de natuur draait alles om eten en gegeten worden. Het is voor een carnivoor dus van ultiem belang om ervoor te zorgen dat hij zijn prooi eerder ziet dan dat zijn prooi hem ziet. De kat moet dan ook beschikken over een aantal zeer goede zintuigen en goed ontwikkelde hersenen die informatie uit de buitenwereld snel en efficiënt kunnen verwerken.

Zo zijn de ogen van de kat naar voren gericht. Hierdoor ontstaat een driedimensionaal stereoscoop beeld waarmee de kat diepte kan inschatten en een mogelijke prooi nauwkeurig kan lokaliseren.

Net als zijn voorouders heeft onze huiskat zijn vermogen om te jagen niet verloren. En om z’n prooi ongemerkt te kunnen benaderen heeft de kat een lichaamsbouw waarmee hij zich geruisloos en in slow motion kan verplaatsen. Zijn lange poten maken het vervolgens mogelijk om deze sluipgang om te zetten in een razendsnelle aanval en z’n prooi te overmeesteren.

Zijn vermogen om prooien te kunnen vangen en te doden is ook duidelijk terug te zien in het gebit. Met de grote kenmerkende hoektanden van de carnivoor, kunnen katten de nek van hun prooi breken en de knipkiezen gebruiken ze om het vlees aan stukken te scheuren.

Wat maakt de kat tot obligate carnivoor?

Voor de chemische processen in het lichaam zijn bouwstoffen nodig. Om het lichaam in leven te houden dient een dier de juiste voedingsstoffen te nuttigen. Deze voedingsstoffen zijn nodig voor de groei en het herstel van de weefsels en worden omgezet in de energie die het lichaam nodig heeft.

Alle katachtigen zijn dank zij het dieet van hun voorouders obligate carnivoren geworden. Door het exclusief eten van dierlijk materiaal hebben de voorouders van de hedendaagse kat het vermogen om plantaardig materiaal te verteren verloren. Omdat het eten van prooidieren het lichaam voorziet van ‘kant en klare’ aminozuren en vitamines, is de kat voor een deel niet meer in staat om deze voedingsstoffen zelf te maken. Daar waar de omnivoren en herbivoren dit wel kunnen is het eten van vlees voor de kat een uiterste noodzaak is geworden.

Zoals de meeste dieren, kan een kat met behulp van de vetten en eiwitten uit zijn voedsel, de meeste stoffen die zijn lichaam nodig heeft, zelf maken. Maar dat geldt dus niet voor alle stoffen. Er zijn een aantal essentiële voedingsstoffen die hij alleen kan verkrijgen door ze via het voedsel op te nemen. Het meest bekende voorbeeld hiervan is het aminozuur taurine. Dit aminozuur komt alleen voor in vlees. Om ervoor te zorgen dat het lichaam deze stof in de juiste hoeveelheden tot zijn beschikking heeft, moet de kat dus vlees eten. Katten hebben het zeer eiwitrijke vlees van andere dieren nodig om in de behoeften van het eigen lichaam te voorzien. Hun evolutionaire ontwikkeling heeft geresulteerd in een hele specifieke behoefte aan voedingsstoffen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de hond is de kat niet in staat om deze stoffen uit plantaardig materiaal te halen. Er is een duidelijk verschil in het metabolisme van katten en andere carnivoren, en dus ook in hun voedingsbehoeften.

Daarnaast zijn ook de darmen van katachtigen volledig aangepast aan een dieet van rauw vlees. Katten hebben het kortste spijsverteringsstelsel in verhouding tot hun lichaamslengte. Omdat rauw vlees makkelijk te verteren is, is het korte darmstelsel voldoende toereikend. Het lichaam hoeft geen koolhydraten te kunnen verteren als die nagenoeg nooit gegeten worden.

Een van de belangrijkste kenmerken van de obligate carnivoor is de grote behoefte aan proteïnen in het voedsel. Katten houden hun bloedsuiker op peil door middel van glucogenese, waarbij eiwitten worden gebruikt in plaats van koolhydraten. Ze zijn zelfs zo afhankelijk van eiwitten dat bij een tekort in de voeding het lichaam de eigen spieren en organen gaat afbreken om deze tekorten aan te vullen.

De enige natuurlijke voedselbron voor de kat is dus vlees.

Waarom wordt een kat dik van het eten van droogvoer?

Waarom wordt een kat dik van het eten van droogvoer?

Brokken is het meest uitgebalanceerde en complete voer voor onze katten. Althans, dat willen de makers van het voer ons graag doen geloven. De grote fabrikanten van kattenvoer, een industrie waar miljarden in om gaat, gebruiken echter ingrediënten die weinig met een gezonde voeding te maken hebben.

Katten leven in de natuur op een dieet van vlees, vet en botten. Vergelijken we dat met de ingrediënten die op de verpakkingen van commercieel kattenvoer staan, dan is er weinig terug te vinden van wat het dier eigenlijk nodig heeft.

Granen worden gebruikt als goedkope vulstoffen en zijn nodig om brokken te kunnen produceren, en vlees wordt vaak vervangen door dierlijke bijproducten. Door de extreme verhitting van het voer tijdens het productieproces gaat veel van de voedingswaarde verloren. En om dan toch aan de voorgeschreven minimale hoeveelheid voedingsstoffen te voldoen, moeten deze stoffen er achteraf in een synthetische vorm weer aan worden toegevoegd.

Maar waarom zijn de katten nou toch zo gek op die brokken?

Om te zorgen dat katten de reuk- en smaakloze brokken die uit de machines rollen ook daadwerkelijk gaan eten worden er onder ander geur- en smaakstoffen aan toegevoegd. Hierdoor oogt en ruikt het voer naar iets anders als dat het feitelijk is. En zo wordt aan de hersenen van de carnivore kat doorgegeven dat het voer meer eiwitten bevat dan dat er in werkelijkheid in zitten.
Doordat de hoeveelheid brokken, door het grote aantal vulstoffen, niet meer in verhouding staan tot de hoeveelheid waardevolle voedingsstoffen (eiwitten en vetten) die de kat binnen krijgt ontstaat er een gebrek aan voedingsstoffen in het lijfje. Dit zorgt er voor dat de kat, die instinctief weet dat hij niet voldoende van de juiste stoffen binnen krijgt, meer gaat eten om toch aan die behoefte van zijn lichaam te voldoen. Maar daarmee krijgt hij dus ook de enorme hoeveelheid granen (suikers) in de brokken binnen. Deze koolhydraten hebben een grote invloed op de suikerspiegel van het bloed. En om de hoeveelheid suiker in het bloed op peil te houden wordt het teveel als vet opgeslagen in het lichaam en maakt het de kat dik.

Waarom zijn brokken niet het meest ideale kattenvoer?

Waarom zijn brokken niet het meest ideale kattenvoer?

De supermarkten en de dierenspeciaalzaken hebben een uitgebreide keuze aan droog kattenvoer. Toch zijn er naar mijn mening belangrijke redenen om katten geen droge brokken te voeren.

  • Er zit veel te weinig water in
  • De hoeveelheid koolhydraten is veel te hoog

Onze katten zijn ware carnivoren. Het enige eten wat ze nodig hebben zijn vlees, botten en vet. Meer niet.

Natuurlijk hebben katten zich enigszins aangepast en zijn ze in staat om te overleven zonder de zelf gevangen muizen, konijnen en vogeltjes. Maar hun darmen zijn nog steeds dezelfde als die van hun voorouders. Gemaakt om vlees te verteren en nauwelijks in staat om de zo nodige energie te halen uit plantaardige koolhydraten.

Het lichaam van een kat heeft geen enkele behoefte aan granen en zetmeel.

Toch bevat al het droge kattenvoer een grote hoeveelheid zetmeel. Zelfs het graanvrije kattenvoer bevat zetmeel. Dat is namelijk nodig om een brok te kunnen produceren. Zonder zetmeel plakken ze niet en vallen de brokken uit elkaar. Zetmeel is dus de lijm die de brok bij elkaar houdt.

Een ander nadeel van droogvoer voor katten is het feit dat brokken erg weinig vocht bevatten. Gemiddeld zit er in droog kattenvoer maar 10 – 12% vocht, wat een groot verschil is met de 75 – 80% die in de natuurlijke prooi van de kat zit. En omdat een kat in de natuur dus veel vocht binnen krijgt door het eten van prooien, hoeft hij ook niet te drinken. De prooidieren bevatten voldoende vocht om in de behoefte van de kat te voldoen.

Dit betekent dus dat een kat niet voldoende water binnen krijgt door het eten van brokken. En omdat ze geen natuurlijke drang hebben om te drinken, zullen veel katten dat dus ook niet doen. Met als resultaat dat ze vaak een chronisch vochttekort hebben. En het gevolg is dat ze een grotere kans hebben om problemen met hun gezondheid te ontwikkelen. Nier-, en darmproblemen, diabetes en obesitas komen erg veel voor in onze hedendaagse katten.

Kattenvoer etiketten: De wettelijke eisen

Kattenvoer etiketten: De wettelijke eisen

Etiketten op verpakkingen kattenvoer moeten, net als bij het voer van andere diersoorten, voldoen aan de Nederlandse en Europese regelgeving. Dit om de consument op de hoogte te stellen van de inhoud van een verpakking.

Maar wat zijn die regels? Waaraan moeten voerfabrikanten voldoen als het gaat om de informatie die ze op hun verpakkingen zetten?

Wettelijk moeten alle hieronder genoemde onderdelen op het etiket van kattenvoer vermeldt worden:

De naam en een omschrijving van het product

Het klinkt misschien vreemd, maar ook de naam van het voer is aan regels gebonden. ‘Compleet’ of’ volledig’ voer bevat alle ingrediënten die een dier nodig heeft om gezond te blijven. Hierdoor kan dit soort voer iedere dag worden gegeven, mits de gebruiksaanwijzing op de verpakkingen wordt gevolgd.

Is het voer ‘aanvullend’, dan moet het gebruikt worden in combinatie met een ander voer of als snoepje of snack.

Het gewicht en/of de hoeveelheid

Het gewicht moet worden aangegeven in kilogrammen, grammen, liters, centiliters of milliliters.

Een lijst met ingrediënten

Fabrikanten kunnen op twee manieren informatie geven over de gebruikte ingrediënten:

  • De afzonderlijke ingrediënten (kip, soJa, mais … enz.)
  • In door de EU wettelijk vastgestelde categorieën waar de verschillende ingrediënten in geplaatst worden (vlees, groenten, mineralen … enz).

De analytische gegevens

Deze gegevens komen overeen met de informatie die op humane voedingsproducten staan. Ze komen ons alleen een beetje vreemd voor omdat de gebruikte termen niet hetzelfde zijn als op de humane verpakkingen. Maar beiden geven ze de voedingswaarde van het product aan.

  • ruw eiwit
  • ruw vet
  • ruwe celstof
  • ruw as

Woorden als ‘ruw’ en ‘as’ zijn termen die afkomstig zijn uit de laboratoria. De producent is wettelijk verplicht ze op deze manier te vermelden.

Informatie over eventuele toevoegingen

Net als in de humane voeding worden aan kattenvoer stoffen toegevoegd die de kwaliteit, structuur of kleur verbeteren. Voorbeelden hiervan zijn vitaminen, conserverings middelen, kleur- en smaakstoffen en antioxidanten. Deze toevoegingen moeten op de verpakking worden vermeld, voorafgegaan door het opschrift ‘toevoegingsmiddelen’.

De tenminste-houdbaar-tot datum

Deze informatie geeft aan tot welke datum de kwaliteit van het voer zeker gewaarborgd is. Wat niet betekent dat het na die datum schadelijk is om het voer te nuttigen.

Naam en contact informatie van de producent

Op het etiket van kattenvoer moet een gratis telefoonnummer of een ander passend communicatiemiddel worden vermeld, zodat de consument aanvullende informatie kan ontvangen.

Een gebruiksaanwijzing

In de gebruiksaanwijzing moet worden aangegeven, in gram of kilogram of volume-eenheden, wat de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voer voor de kat is.

Alle hierboven genoemde informatie moet wettelijk aanwezig zijn op iedere verpakking  kattenvoer.