Worden katten ziek van het eten van droge brokken?

Worden katten ziek van het eten van droge brokken?

Het voer van onze katten, en met name de droge brokken, lijkt dezelfde ontwikkeling door te maken als ons eigen eten. De industriële revolutie hervormde de wereld in een sneltrein­vaart. Onze voedings- en leefpatronen ondergingen enorme veranderingen. Kleine boerderijen verdwenen, de voedselindustrie kwam op en er ontstond een vraag naar makkelijke en snel te bereiden voeding.

Helaas gebeurde hetzelfde met het kattenvoer. Het voeren van onze katten moest eveneens makkelijk en snel. En in feite eten katten nu hetzelfde als wij mensen. Ook hun voer wordt in nu fabrieken gemaakt en samengesteld uit dezelfde goedkope grondstoffen. En daarmee hebben ze ook dezelfde gezondheids­problemen als mensen gekregen en worden katten ziek van het eten van brokken.

Wat horen katten te eten?

Katten hebben in hun hele bestaan op aarde nooit eerder gekookte voeding gegeten, laat staan droge brokken met veel koolhydraten. Ze evolueerde op prooien als muizen, konijnen en vogels, maar geen droge, vleesarme, suikerhoudende sterk verhitte brokken. Katten zijn pure carnivoren. Hun tanden, darmen en spijsvertering zijn gemaakt om vlees te verwerken. Scherpe hoektanden zijn er om prooien mee te vangen. De vorm van hun kiezen maakt dat ze er uit­stekend vlees en botten klein mee kunnen maken. Ze hebben een grote maag, korte darmen en een heel kleine blinde darm. Dit geeft aan dat katten in een korte tijd een grote hoeveelheid eiwit kunnen eten, die snel kunnen verteren en de voedingsstoffen makkelijk kunnen opnemen.

Waarom zijn brokken slecht voor katten?

Voor ons eigen gemak voeren we onze katten ziek met droge brokken waarin veel koolhydraten zitten, nauwelijks water en kwalitatief slechte eiwitten die niet in het eten van katten thuis horen.

Brokken bevatten veel ingrediënten die het lichaam van de kat niet of nauwelijks kan verteren. Daardoor kunnen ze op lange termijn voor veel problemen zorgen. Deze problemen ontstaan sluimerend en blijven voor een eigenaar lang onzichtbaar. Katten zijn immers kampioenen in het verbergen van pijn of lichamelijk ongemak. De meeste chronische ziektes sluipen maar heel langzaam het kattenlijfje binnen. Het kan soms wel jaren duren voordat duidelijk wordt dat de verkeerde bouwstenen hebben geleid tot een huis dat onbewoonbaar is geworden. De kat krijgt blaas- en/of nier­problemen, zijn schildklier begeeft het, de alvlees­klier stopt ermee en de productie van insuline wordt ernstig verstoord.

Klaagt jouw kat over zijn voer?

Katten klagen niet als ze brokken te eten krijgen. Toch? Of luisteren we niet goed? Vertelt de kat met zijn gedrag misschien al wel een hele tijd dat er iets mis is? Dat hij langzaam ziek wordt van het eten van droge brokken. Is hij agressief of slaapt hij juist veel? Loopt hij altijd te bedelen om voer, ook als zijn bakje nog maar net is leeggege­ten? Of krijg je steeds een mep op je handen als je tijdens het aaien te dicht bij zijn buik komt?

Veel gedrag krijgt verklaringen die echt wel juist zijn, maar met een ‘voer-bril’ op zou een nieuwe kijk op het gedrag ook nieuwe inzichten kunnen geven.

Hoe zie je dat je kat ziek is van het eten van brokken?

Een kat die je bijt als je aan zijn buik komt kan weleens buikpijn hebben. En dan is het misschien wel heel kort door de bocht om te zeggen dat hij er niet van houdt als je aan zijn buik zit.

Eten van het aanrecht pikken kan een teken zijn van een tekort aan voedingsstoffen. Dieren kunnen instinctief op zoek gaan naar het voedsel dat ze hard nodig hebben. En dat zou weleens die biefstuk op het aanrecht kunnen zijn in plaats van de suikeroverladen brokken in zijn eigen bakje. Bij zo’n kat kan een gedragstherapeut wel proberen om hem af te leren om op het aanrecht te springen, maar of dat ook gaat lukken is maar de vraag. Een goede portie van bij de kat passend voer kan in zo’n geval misschien wel wonderen doen.

Je bent wat je eet

Als je bent wat je eet kunnen veel katten die dagelijks alleen maar brokken eten weleens meer dan alleen maar een gedragsprobleem hebben. Wanneer de verstuiver van Feliway, extra spelen en voerpuzzels niet meer helpen, is het probleem misschien niet puur gedragsmatig, maar ook lichamelijk. Laat katten daarom altijd checken door een dierenarts voordat je een gedragstherapeut inschakelt. En overleg ook eens met een voedings­deskundige over hoe je voor een aantal problemen heel eenvoudig kan testen of het voer een rol speelt.

Worden katten oud als ze brokken eten?

Maken we ons misschien zorgen om niks?  Kunnen katten zich misschien wel prima redden op de makkelijke goedkope brokken? Er zijn immers verhalen over katten van 20 jaar of ouder die altijd brokken hebben gegeten. Zij zijn het levende bewijs waarmee voorstanders en fabrikanten ons proberen te over­tuigen van de gezondheid en compleet­heid van het droge katten­voer. Maar klopt dat beeld wel? Zijn deze katten allemaal wel zo gezond als ze ons doen geloven? Of is er misschien een groot verschil tussen “overleven” en “een goed en optimaal leven leiden”? Kunnen we van dieren die oud worden op brokken ook zeggen dat ze erop floreren? Is gezondheid niet veel meer dan de afwezigheid van ziekte? Waarschijnlijk zijn er veel katten die door hun eigen natuurlijke drang om ziekte en pijn te verbergen in stilte hebben geleden.

Oud zijn is geen ziekte

Veel van de kwaaltjes die katten krijgen naarmate ze ouder worden hebben niets te maken met hun leef­tijd. Vaak zijn ze het resultaat van een slecht voedingspatroon over een lange periode. Veel katten worden namelijk ziek van het eten van de droge brokken. Hierdoor hebben allerlei ongewenste stoffen zich hebben kunnen ophopen in het lichaam. En als katten in hun voeding niet de juiste of niet voldoen­de van de voedingsstoffen vinden die ze nodig hebben voor het gezond houden van hun lichaam, is ziekte vaak onvermijdelijk.

Horen gezondheidsproblemen bij het ouder worden of zijn ze het gevolg van een slechte voeding?

Een gebrek aan goede voedingsstoffen door een langdurig slechte voeding resulteert vroeger of later in een verminderde gezondheid. Maar is dat dan “de leeftijd”? Of hebben we te maken met een vorm van onder­voeding terwijl voer in  overvloed aanwezig is. Kunnen we misschien met de juiste voeding voorkomen dat de ouderdom met gebreken komt?

Maken de droge brokken katten dus ziek?

Het antwoord is dus ja, katten worden ziek van het eten van droge brokken. Chronische ziektes, auto-immuun­ziektes, allergieën, lever-, nier- en alvleesklier ziektes en kanker worden in de meeste gevallen veroorzaakt door voeding. Hoe langer de kat een slecht dieet eet, hoe groter de kans wordt dat er chronische gezondheids­problemen ontstaan. Eens geeft het lijfje het op. Na soms jarenlang voer van slechte kwaliteit te hebben gegeten geven we de ouderdom de schuld. Maar waarschijnlijk was het te voorkomen geweest en hadden we poeslief in een betere conditie kunnen houden met een voeding die beter bij haar paste. We kunnen onze katten niet beschermen tegen alle slechte stoffen in voeding en de vervuilingen in onze omgeving, maar daar waar we het wel kunnen moeten we ze behoeden voor ziekmakende invloeden. Dus voorkom wat je zelf in de hand hebt.

Mais in kattenvoer is goedkoop maar onnodig

Mais in kattenvoer is goedkoop maar onnodig

Is mais een natuurlijk voer voor katten?

Als je kijkt naar wat de kat in de natuur eet kan je zelf waarschijnlijk het antwoord al geven. Nee, katten eten geen mais. De kat is bij uitstek een vleeseter. Al twee miljoen jaar staat er alleen vlees op zijn menu. Een enkele keer zie je een kat een paar sprietjes gras eten. Maar zijn buik vult hij daar niet mee.

Maiskorrels zijn voor katten onmogelijk te verteren. Hiervoor moet het eerst sterk worden bewerkt. Hoe fijner het gemalen wordt hoe beter het door de kat verteerd kan worden. Vervolgens wordt de mais tijdens de productie van de brokken gekookt. Fabrikanten noemen het dan ‘goed verteerbaar voer’. Maar een groot nadeel van dit fijnmalen en verhitten is echter dat de suikers in de mais ook een grotere uitwerking krijgen op de bloedsuiker­spiegel van de kat.

De hoge verteerbaarheid van mais ontstaat alleen door het fijnmalen van de maiskorrels en de enorme verhitting tijdens de productie van de brokken. De vraag is of deze ‘hoge verteerbaar­heid’ ook voedzaam is.

De kat kan de mais nu wel eten, maar het is onnodig. Mais heeft voor katten geen toegevoegde voedingswaarde. Hoewel fabrikanten en veel dierenartsen beweren dat mais veel vitamines, mineralen en antioxidanten bevatten, zijn er andere ingrediënten met een hogere kwaliteit aan te bevelen voor deze voedingsstoffen. Mais heeft absoluut geen hoge voedingswaarde, het enige dat hoog is in mais is de hoeveelheid energie in de vorm van suiker.

Wat is het verschil tussen suikermais en snijmais?

Mais is een cultuurgewas dat door mensen is gemaakt. Het komt in zijn huidige vorm niet in de natuur voor.

De suikermais die wij eten en de snijmais die in diervoer wordt gebruikt zijn beide graansoorten uit de familie van de grasachtige. Suikermais wordt gekweekt voor de kolven en omdat de suikers in deze mais niet omgezet worden naar zetmeel is de mais zoet van smaak.

De kolven van snijmais moeten eerst worden bewerkt alvorens ze gegeten kunnen worden. De oogst vindt veel later in het groeiseizoen plaats en de suikers zijn dan al voor een groot deel omgezet in zetmeel.

Diervoer fabrikanten gebruiken het feit dat de hoeveelheid suiker in snijmais laag is als reden om mais als geschikt ingredient voor kattenvoer te gebruiken. Het zou voedzaam zijn en veel eiwitten bevatten. Ze vergeten hierbij echter te vermelden dat het zetmeel volledig bestaat uit glucose en het voor de kat dus niet uitmaakt of hij suiker of zetmeel eet.

Waarom wordt er zoveel mais gebruikt in kattenvoer?

De koolhydraten in mais zijn goedkoop. En voor de productie van brokken zijn deze suikers essentieel. Ze zijn de lijm die de brok in zijn vorm houdt. Zonder koolhydraten vallen brokken als los zand uit elkaar. Het gebruik van mais als bron van de koolhydraten maak het kattenvoer dus goedkoper, ook omdat er daardoor minder vlees in hoeft.

Blikvoer bevat over het algemeen geen mais. Waarmee de fabrikant zelf dus al aantoont dat mais geen noodzakelijk onderdeel van het dieet van een kat is.

Hoe herken ik mais op de etiketten van kattenvoer?

Fabrikanten van kattenvoer moeten zich voor de vermelding van de ingrediënten op de verpakking houden aan de wettelijke voorschriften. Voor mais betekent dit dat het onder de volgende namen op verpakkingen kan voorkomen:

  • Mais
  • Mais vezels
  • Maisgluten (meel)
  • Mais eiwit (meel)
  • Mais zetmeel (meel)
  • Maisgries
  • Maiszemelen
  • Maiskiemen
  • Mais bindmiddel

Sommige fabrikanten gebruiken in plaats van de afzonderlijke ingrediënten categorieën. In dat geval kunnen de categorieën ‘Granen’ en ‘Plantaardige bijproducten/­neven­producten’ ook mais bevatten.

Hoeveel koolhydraten zitten er in mais?

Snijmais staat niet in de voedings­middelen tabellen voor mensen. Als we willen weten hoeveel voedings­stoffen er in mais in kattenvoer zitten moeten we naar de veeteelt kijken. Speciaal voor de veeteelt, maar ook voor onze huisdieren wordt snijmais verbouwd. Het is een makkelijk te telen ruwvoergewas en heeft een andere samenstelling dan suikermais.

Welke voer merken bevatten mais?

Een kleine inventarisatie van een aantal willekeurig gekozen merken kattenvoer toont aan dat de meeste merken gebruik maken van mais.

  • Almo
  • Animonda
  • Brekkies
  • Concept for life
  • Eukanuba
  • Felix
  • Fokker
  • Friskies
  • Happy Cat
  • Hill’s Prescription diet
  • Hill’s Science Plan
  • Iams
  • Kitekat
  • Nutro
  • Perfect Fit
  • Pro Plan
  • Pro Plan Veterinary Diets
  • Purina ONE
  • Royal Canin
  • Royal Canin Veterinary
  • Sanabelle
  • Smilla
  • Smølke
  • Specific Veterinary Diet
  • Whiskas
  • Yarrah Bio

Mais bevat veel lectinen, is dat schadelijk voor katten?

Lectinen, ook wel anti-nutriënten genoemd, zijn het natuurlijke afweersysteem waarmee onder andere grassen hun zaden beschermen tegen eters. Doordat de lectinen kunnen blijven plakken tegen de darmwand van de kat kunnen ze de werking van de darmen aantasten. Voedingsstoffen kunnen dan niet meer goed worden opgenomen en de goede darmbacteriën verdwijnen. Hierdoor is de kans groot dat de darm gaat lekken waardoor halfverteerde voedingsstoffen in de bloedbaan terecht komen. Het immuunsysteem wordt dan overbelast en gezonde weefsels in het lichaam zijn hiervan de dupe en krijgen te maken met ontstekingsreacties.

Zitten er gluten in mais?

Mais bevat geen echte gluten. Alleen Tarwe, gerst en rogge bevatten eiwitten die coeliakiepatiënten in grote problemen kunnen brengen. Wanneer er op het etiket van kattenvoer gesproken wordt over maisgluten dan zijn dit wel eiwitten, maar niet wat wij in de volksmond verstaan onder gluten.

Wat zijn aflatoxinen in mais schadelijk voor katten?

Een groot probleem bij het verbouwen en opslaan van mais is een besmetting met schimmels die gevaarlijke gifstoffen produceren, waaronder aflatoxine. Droge warme omstandigheden zijn ideaal voor het ontstaan van deze schimmels. De buitenste laag van de maiskorrels raakt door de droogte en warmte beschadigd waarna ze vatbaar zijn voor de schimmel. Het schimmelgif aflatoxine kan ernstige acute ziekteverschijnselen met dodelijke afloop en kanker veroorzaken. Niet alleen katten, maar ook mensen en andere dieren die vervuild mais hebben gegeten worden ziek. De gifstoffen vergiftigen de lever waarna tumoren kunnen ontstaan.

Aflatoxinen zijn niet gevoelig voor verhitting en zullen dus het koken van het brokkendeeg overleven. Katten die besmette brokken hebben gegeten krijgen problemen met hun lever en darmen, bloedarmoede en geelzucht. Hevig en vaak spugen, verminderde eetlust en sloomheid kunnen bij katten de eerste symptomen van een aflatoxine vergiftging zijn.

Waarom wordt mais genetisch gemodificeerd?

Genetische modificatie (GMO) is een methode om eigenschappen van onder andere planten te veranderen. Door genen van andere planten, virussen of bacteriën in te brengen in het DNA van mais, krijgt deze plant nieuwe eigenschappen die gunstig zijn voor de teelt van dit gewas. In het geval van mais zijn er twee GMO-varianten. De ‘Roundup Ready’ mais en de ‘BT’ mais.

Roundup Ready mais is resistent voorbestrijdingsmiddelen zoals insecticiden en onkruidverdelgers die daardoor gebruikt kunnen worden zonder de mais aan te tasten. BT-mais maakt zijn eigen bestrijdingsmiddel tegen de rups van de zeer schadelijke Europese Maisboorder.

Kan het kwaad als mais in kattenvoer genetisch gemanipuleerd is?

Studies met ratten hebben uitgewezen dat GMO-mais kan leiden tot vroegtijdig overlijden, tumoren in de borst en ernstige schade aan de lever en nieren.

Doordat de Roundup Ready mais zelf niet aangetast wordt door de bestrijdingsmiddelen, kunnen deze gifstoffen dus rijkelijk door de boeren worden gebruikt. En mogelijk veroorzaken deze pesticiden in de mais schade aan de lever en de nieren. Beide organen zijn bij zoogdieren belangrijk voor het ontgiften van het lichaam. Het door de GMO-mais veroorzaakte Hepatorenaal Syndroom leidt dan tot leverfalen en uitval van de nierfunctie.

Mag er in de EU genetisch gemodificeerd mais worden gebruikt in kattenvoer?

In Europa is de teelt van één variant genetisch gemodificeerd (GMO) mais toegestaan. Omdat in zuid Europa de gevreesde Europese Maisboorder rups voor komt, mag de door Monsanto ontwikkelde MON810 BT-mais variant binnen de EU geproduceerd worden. Daarnaast was het in september 2016 toegestaan om minstens 11 soorten GMO-mais te importeren. Deze mais is voornamelijk bedoeld als voer voor vee en huisdieren.

Staat het op het etiket als er genetisch gemodificeerd mais in kattenvoer zit?

Volgens de wet moet een hoeveelheid GMO-mais die hoger is dan 0,9% op de verpakking vermeld worden. Er zijn echter maar weinig verpakkingen van kattenvoer te vinden die mais bevatten en waarbij staat dat het GMO-mais is. Mogelijk komt dit door het feit dat de wet de gelegenheid biedt om dit te omzeilen. Bepalend voor de vermelding is namelijk “of er in het diervoer nog materiaal aanwezig is dat van het genetisch gemodificeerde uitgangsmateriaal is afgeleid.” (Verordening (EG) Nr. 1829/2003). In het geval van maiszetmeel of maisgluten kan men mogelijk zeggen dat er geen DNA-materiaal van de mais aanwezig is. Hierdoor zou een vermelding op het etiket niet strikt noodzakelijk zijn.

Biologische mais bevat 0,0% GMO-mais.

 

Copyright © 2021 Voer Voor Katten | Privacyverklaring

Wat staat er op het etiket?

Wat staat er op het etiket?

Om mijn kennis van kattenvoer te vergroten heb ik onlangs een Pet Food Nutrition cursus gevolgd en met succes afgerond. Ik dacht dat ik in de afgelopen jaren al aardig wat kennis had vergaard, maar deze cursus was toch wel een regelrechte eyeopener.

Een belangrijk onderdeel van de cursus was het leren lezen en interpreteren van de informatie op verpakkingen van honden- en kattenvoer. Vanaf nu kijk ik nooit meer hetzelfde naar commercieel diervoer. En om je een indruk te geven van wat ik heb geleerd geef ik je hier een kleine impressie van mijn ondervindingen.

Let op: ik ben geen dierenarts en ik kan je dus geen medisch advies geven.
Maar ik heb wel tips om je te helpen betere keuzes te maken als het gaat over het voeren van je kat.

Als voorbeeld heb ik de ingrediënten van een willekeurig kattenvoer uit de supermarkt gekozen. Aan de hand van de gegevens op dit etiket laat ik je zien welke informatie je hier onder andere uit kan halen.

Samenstelling: Zalm (15%), tarwe (15%), gedroogd gevogelte-eiwit, maïsglutenmeel, sojameel, maïs, dierlijk vet, bietenpulp, cichoreiwortel (2%), gedroogde vis- eiwitten, mineralen, autolysaat, gist (1%).

Toevoegingen: Koper [E4] (50 mg/kg), ijzer [E1] (253 mg/kg), jodium [E2] (3,2 mg/kg), mangaan [E5] (105 mg/kg), selenium [E8] (0,29 mg/kg), taurine (780 mg/kg), vitamine C (160 mg/kg), vitamine D3 (1120 IE/kg), vitamine E (770 IE/kg), vitamine A (36960 IE/kg), zink [E6] (428 mg/kg).

Wat het eerste opvalt aan dit etiket is de grote hoeveelheid plantaardig meel en granen. Dit voer is dus duidelijk een droogvoer. Zetmeel is nodig voor het ‘plakken’ van de brokken. Zonder zetmeel vallen brokken uit elkaar.

De volgorde van de ingrediënten op de etiketten van kattenvoer (maar ook de etiketten op ons eigen eten) wordt bepaald door de hoeveelheid van dat ingrediënt in het voer. Het ingrediënt dat er het meest in zit staat als eerste vermeld gevolgd door de, in aflopende volgorde van gewicht genoemde, overige ingrediënten.
Als we op zoek zijn naar voer met veel vlees of vis willen we dus dat het vlees of de vis als een van de eerste ingrediënten vermeld staan op het label. De zalm als eerste ingrediënt op dit etiket is vis met het water er nog in. Maar zonder dat water komt de zalm veel lager op de lijst terecht.

Door ingrediënten op te splitsen lijkt het of er minder van in het voer zit. Als de maïs en het maïsglutenmeel bij elkaar opgeteld zouden worden bevat dit voer meer maïs dan dat de leverancier nu doet vermoeden.

Zalm is een goede bron van eiwitten, maar de hoeveelheid zalm in dit voer is niet toereikend. En omdat katten juist een grote hoeveelheid eiwitten nodig hebben in hun voeding, wordt aan dit voer veel eiwit toegevoegd in de vorm van gevogelte-eiwit, maïsglutenmeel, sojameel en vis-eiwitten. Dit duidt dus op een te geringe hoeveelheid en/of een slechte kwaliteit van de zalm.

De toegevoegde vitamines in commercieel voer zijn kunstmatig en worden achteraf aan het voer toegevoegd. Tijdens het maken van de brokken wordt het voer zo intensief bewerkt en verhit dat veel van de vitamines en mineralen verloren gaan. De kwaliteit van deze toevoegingen laat te wensen over. De afkomst en kwaliteit is vaak niet te achterhalen. Gifstoffen en genetisch gemanipuleerde bestanddelen kunnen niet worden uitgesloten.

Dit overzicht van wat er in kattenvoer zit was een korte introductie in het lezen van de verpakkingen van diervoer. Pak het voer van je eigen kat of hond er eens bij en probeer eens of je al op een andere manier naar de verpakking kijkt. Waarschijnlijk heb je nu meer vragen gekregen over het voer van je geliefde huisdier. Maar geloof me, hoe meer je weet hoe meer vragen erbij zullen komen. Tegelijk kan je steeds betere keuzes maken op basis van de kennis die je hebt.

Zelf ben ik erg blij met wat ik heb geleerd in deze cursus. En in de komende tijd zal ik steeds hiervan met je delen.

Is graanvrij voer echt het beste voor mijn kat?

Is graanvrij voer echt het beste voor mijn kat?

Het kiezen van het juiste voer voor je kat kan een hele verwarrende aangelegenheid zijn. Er zijn zoveel verschillende soorten kattenvoer, dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Maar wat wel opvalt, is dat het graanvrije kattenvoer schijnbaar een hot item is tegenwoordig. De vraag is alleen wel of dat ook echt het beste is voor de kat.

Er is natuurlijk absoluut niks mis met graanvrij kattenvoer. Maar het is wel belangrijk om te snappen wat graanvrij voer is en misschien wel net zo belangrijk, wat het niet is.

Katten zijn obligate carnivoren. Dieren die leven op een dieet van alleen het vlees, de botten en de organen van hun prooidieren. Dat betekent dus dat onze kat een voorkeur heeft voor een voer met een hoog gehalte aan eiwitten en vetten en bijna geen koolhydraten.

Nu is het een veel gemaakte fout om te denken dat een graanvrij voer dus ook geen koolhydraten bevat. Soms is dat waar. Er zijn voeders die ook echt geen of in ieder geval nagenoeg geen koolhydraten bevatten. Maar in de meeste gevallen is het graan vervangen door andere koolhydraatrijke voedingsmiddelen. Zo kan graanvrij voer bijvoorbeeld wel aardappels of rijst bevatten die ook zeer veel koolhydraten in zich hebben. Waarbij ik niet wil zeggen dat het slecht is, maar dat dit niet het voer is dat je moet kiezen als je op zoek bent naar een koolhydraat arm dieet.

Een andere reden dat katteneigenaren hun dier graanvrij willen voeren, is het feit dat ze geloven dat granen de veroorzakers zijn van allergieën of andere darmproblemen. Ondanks dat er katten zijn die problemen hebben met granen, zijn er nog vele andere voedingstoffen in het kattenvoer waarvoor katten allergisch kunnen worden en problemen met hun darmen kunnen krijgen. Allergieën voor rundvlees of vis komen misschien even vaak voor als die voor graan.

Er bestaat geen voer dat perfect is voor iedere kat. Al kan er, naar mijn beleving niks mis zijn met een zelf gevangen prooi in de vorm van een muis of konijn. Maar er zijn veel factoren betrokken bij de keuze voor een juist dieet. Lees in ieder geval de etiketten op de verpakking, zodat je weet voor welk voer je moet kiezen.

Wat zijn dierlijke bijproducten?

Wat zijn dierlijke bijproducten?

Op verpakkingen van kattenvoer komen we, in de lijst met ingrediënten vaak de term “dierlijke bijproducten” tegen. Maar wat is dat?

In het proces van het slachten van dieren worden alle onderdelen die niet geschikt zijn voor humane consumptie “dierlijke bijproducten” genoemd.

Volgens “De Dierlijke Bijproducten Verordening” van het ministerie van Economische zaken wordt er een onderscheid gemaakt in drie categorieën bijproducten:

  • Categorie 1-materiaal: ‘Uitsluitend bestemd voor verwijdering’
  • Categorie 2-materiaal: ‘Ongeschikt voor dierlijke consumptie’
  • Categorie 3-materiaal: ‘Ongeschikt voor menselijke consumptie’

Alleen het dierlijk materiaal uit categorie 3 komt dus in aanmerking om verwerkt te worden in diervoer voor gezelschapsdieren.

Het gaat dan om dode dieren of delen van dieren, producten van dierlijke oorsprong of andere producten die uit dieren zijn verkregen en die niet voor menselijke consumptie bestemd zijn, met inbegrip van oöcyten, embryo’s en sperma. Tevens vallen hier ook de beenderen, huid, vet, bloed, hoornen, hoeven en organen onder. Het is echter verboden om uitwerpselen, urine of de inhoud van het spijsverteringskanaal te gebruiken. Evenals huiden die behandeld zijn met looistoffen.

De fabrikanten van het diervoer kunnen op hun verpakkingen volstaan met het vermelden van ‘dierlijke bijproducten’ als ingrediënt. Helaas weet de consument dus niet wat de herkomst van deze ingrediënten zijn. Het zijn goedkope ‘eiwitten’ waarvan de kwaliteit niet kan worden beoordeeld.

Lees dus de etiketten en ga op zoek naar voer waarin geen dierlijke bijproducten zitten, maar die gemaakt zijn van vlees. Daarvan is de kwaliteit namelijk gelijk aan die voor de humane consumptie.