Katten zijn obligate carnivoren

Als er in de natuur één mooi voorbeeld is van een echte vleeseter dan is het wel de kat. Katten zijn ware, strikte, ofwel obligate carnivoren. Na een evolutie van miljoenen jaren is het voedingspatroon van de kat nauwelijks veranderd. Hij heeft nog steeds een grote behoefte aan een eiwitrijke voeding. En hoewel planten ook eiwitten bevatten, is de kwaliteit en hoeveelheid in planten lager dan in dierlijk weefsel.

En in tegenstelling tot de hond, heeft de domesticatie van de wilde Afrikaanse kat tot onze huiskat niet tot lichamelijke aanpassingen van de kat geleid. De kat gedraagt en reageert in grote lijnen nog hetzelfde als zijn wilde voorouders. Maar wat betekent dat voor de voeding van deze kleine rover?

Voer voor katten

Herbivoren, carnivoren en omnivoren

Kijken we naar voedselvoorkeuren dan onderscheiden we drie verschillende groepen dieren. Herbivoren, carnivoren en omnivoren.

Letterlijk betekent carnivoor “vleeseter” en herbivoor “planteneter”. Dit houdt in dat een carnivoor zijn voedingsstoffen niet kan halen uit plantaardig materiaal. Dit in tegenstelling tot herbivoren die zich voeden met planten, wortels en zaden.

In de praktijk is de grens tussen een herbivoor en een carnivoor iets minder scherp. Terwijl over het algemeen herbivoren, zoals koeien en paarden een dieet hebben waarin geen vlees voorkomt, zijn carnivoren iets minder strikt in hun eetgewoonten en zullen ze ook plantaardig materiaal tot zich nemen. Een mooi voorbeeld hiervan is de bijvoorbeeld de hond.

En behalve de herbivoren en carnivoren is er een groep dieren die we omnivoren noemen, ofwel “alleseters”. Mensen, maar ook beren en varkens kunnen zich, om te overleven, voeden met een dieet dat bestaat uit zowel plantaardig als dierlijk materiaal.

Waaraan herken je een carnivoor?

In de natuur draait alles om eten en gegeten worden. Het is voor een carnivoor dus van ultiem belang om ervoor te zorgen dat hij zijn prooi eerder ziet dan dat zijn prooi hem ziet. De kat moet dan ook beschikken over een aantal zeer goede zintuigen en goed ontwikkelde hersenen die informatie uit de buitenwereld snel en efficiënt kunnen verwerken.

Zo zijn de ogen van de kat naar voren gericht. Hierdoor ontstaat een driedimensionaal stereoscoop beeld waarmee de kat diepte kan inschatten en een mogelijke prooi nauwkeurig kan lokaliseren.

Net als zijn voorouders heeft onze huiskat zijn vermogen om te jagen niet verloren. En om z’n prooi ongemerkt te kunnen benaderen heeft de kat een lichaamsbouw waarmee hij zich geruisloos en in slow motion kan verplaatsen. Zijn lange poten maken het vervolgens mogelijk om deze sluipgang om te zetten in een razendsnelle aanval en z’n prooi te overmeesteren.

Zijn vermogen om prooien te kunnen vangen en te doden is ook duidelijk terug te zien in het gebit. Met de grote kenmerkende hoektanden van de carnivoor, kunnen katten de nek van hun prooi breken en de knipkiezen gebruiken ze om het vlees aan stukken te scheuren.

Wat maakt de kat tot obligate carnivoor?

Voor de chemische processen in het lichaam zijn bouwstoffen nodig. Om het lichaam in leven te houden dient een dier de juiste voedingsstoffen te nuttigen. Deze voedingsstoffen zijn nodig voor de groei en het herstel van de weefsels en worden omgezet in de energie die het lichaam nodig heeft.

Alle katachtigen zijn dank zij het dieet van hun voorouders obligate carnivoren geworden. Door het exclusief eten van dierlijk materiaal hebben de voorouders van de hedendaagse kat het vermogen om plantaardig materiaal te verteren verloren. Omdat het eten van prooidieren het lichaam voorziet van ‘kant en klare’ aminozuren en vitamines, is de kat voor een deel niet meer in staat om deze voedingsstoffen zelf te maken. Daar waar de omnivoren en herbivoren dit wel kunnen is het eten van vlees voor de kat een uiterste noodzaak is geworden.

Zoals de meeste dieren, kan een kat met behulp van de vetten en eiwitten uit zijn voedsel, de meeste stoffen die zijn lichaam nodig heeft, zelf maken. Maar dat geldt dus niet voor alle stoffen. Er zijn een aantal essentiële voedingsstoffen die hij alleen kan verkrijgen door ze via het voedsel op te nemen. Het meest bekende voorbeeld hiervan is het aminozuur taurine. Dit aminozuur komt alleen voor in vlees. Om ervoor te zorgen dat het lichaam deze stof in de juiste hoeveelheden tot zijn beschikking heeft, moet de kat dus vlees eten. Katten hebben het zeer eiwitrijke vlees van andere dieren nodig om in de behoeften van het eigen lichaam te voorzien. Hun evolutionaire ontwikkeling heeft geresulteerd in een hele specifieke behoefte aan voedingsstoffen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de hond is de kat niet in staat om deze stoffen uit plantaardig materiaal te halen. Er is een duidelijk verschil in het metabolisme van katten en andere carnivoren, en dus ook in hun voedingsbehoeften.

Daarnaast zijn ook de darmen van katachtigen volledig aangepast aan een dieet van rauw vlees. Katten hebben het kortste spijsverteringsstelsel in verhouding tot hun lichaamslengte. Omdat rauw vlees makkelijk te verteren is, is het korte darmstelsel voldoende toereikend. Het lichaam hoeft geen koolhydraten te kunnen verteren als die nagenoeg nooit gegeten worden.

Een van de belangrijkste kenmerken van de obligate carnivoor is de grote behoefte aan proteinen in het voedsel. Katten houden hun bloedsuiker op peil door middel van glucogenese, waarbij eiwitten worden gebruikt in plaats van koolhydraten. Ze zijn zelfs zo afhankelijk van eiwitten dat bij een tekort in de voeding het lichaam de eigen spieren en organen gaat afbreken om deze tekorten aan te vullen.

De enige natuurlijke voedselbron voor de kat is dus vlees.

 

Copyright © 2020 Voer Voor Katten | Privacyverklaring